top of page
Zoeken

Hoeveel pensbestendig vet per koe? Dosering en advies

30 aug
5 minuten om te lezen

Hoeveel pensbestendig vet heeft een melkkoe nodig? Dat is een veelgestelde vraag, maar er is geen standaarddosering die voor iedere koe en ieder rantsoen geschikt is. De juiste hoeveelheid hangt onder andere af van het gebruikte product, de melkproductie, het lactatiestadium, de samenstelling van het rantsoen en de overige vetbronnen.


Pensbestendig vet wordt gebruikt als geconcentreerde energiebron voor melkvee. Om het product goed in het rantsoen in te passen, is het daarom belangrijk om niet alleen naar de hoeveelheid pensbestendig vet te kijken, maar naar de totale vet- en energievoorziening van het rantsoen.


gehamerd stro Lenoville
Pensbestendig vet van Lenoville

Hoeveel pensbestendig vet per koe?

Als algemene indicatie ligt de hoeveelheid pensbestendig vet bij verschillende commerciële producten vaak in de orde van enkele honderden grammen per lacterende koe per dag. De exacte dosering verschilt echter per product.


Zo wordt voor Milkprofit C18 bijvoorbeeld een dosering van 400–800 gram per lacterende koe per dag vermeld. Voor Milkprofit C16 70 wordt 300–600 gram per koe per dag genoemd. Dit laat zien waarom je niet één vaste dosering voor alle pensbestendige vetten kunt hanteren.


De juiste dosering moet altijd worden bepaald op basis van het specifieke product en het totale rantsoen.

Waarom verschilt de dosering per product?

Pensbestendige vetten zijn niet allemaal hetzelfde. Producten kunnen verschillen in:

  • vetgehalte;

  • vetzuursamenstelling;

  • aandeel C16:0;

  • aandeel C18:0;

  • aandeel C18:1;

  • productietechniek;

  • energiewaarde;

  • aanbevolen toepassing.

Daardoor kan de aanbevolen hoeveelheid per product verschillen. Een dosering die geschikt is voor het ene pensbestendige vet, kan dus niet automatisch worden overgenomen voor een ander product. De productspecificatie is daarom altijd het eerste uitgangspunt.

Welke factoren bepalen de hoeveelheid pensbestendig vet?

De juiste hoeveelheid wordt bepaald door meerdere factoren. Belangrijk zijn onder andere:

  • melkproductie;

  • lactatiestadium;

  • drogestofopname;

  • samenstelling van het rantsoen;

  • hoeveelheid overige vetbronnen;

  • energiedichtheid van het rantsoen;

  • het doel van de vetaanvulling;

  • het type pensbestendig vet.

Daarom moet de dosering altijd in samenhang met de rest van het rantsoen worden bekeken.

Melkproductie en lactatiestadium

Een hoogproductieve melkkoe heeft een hoge energiebehoefte. Vooral in de vroege lactatie kan de energiebehoefte sneller toenemen dan de voeropname. Hierdoor kan een negatieve energiebalans ontstaan.

Een geconcentreerde energiebron kan in zo'n situatie interessant zijn. Pensbestendig vet kan worden gebruikt om extra energie aan het rantsoen toe te voegen zonder daarvoor een grote hoeveelheid extra voer nodig te hebben.

Later in de lactatie verandert de energiebehoefte. Daardoor kan ook de rol van een vetaanvulling veranderen.

De melkproductie en het lactatiestadium zijn daarom belangrijke factoren bij het bepalen van de hoeveelheid.

Het bestaande rantsoen bepaalt mede de dosering

Pensbestendig vet staat nooit op zichzelf.

Voordat je extra vet toevoegt, moet je kijken naar de volledige samenstelling van het rantsoen. Andere grondstoffen leveren namelijk ook vet en energie.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • mais;

  • krachtvoer;

  • soja en andere eiwitrijke grondstoffen;

  • oliehoudende grondstoffen;

  • andere vetproducten;

  • het natuurlijke vet in voedermiddelen.

Wanneer een rantsoen al veel vet bevat, is extra pensbestendig vet niet automatisch de beste keuze.

Het doel is een gebalanceerd rantsoen, waarbij de totale energie- en vetvoorziening aansluit bij de behoefte van de koe.

Ook andere vetbronnen tellen mee

Bij het bepalen van de hoeveelheid pensbestendig vet moet je alle vetbronnen in het rantsoen meenemen. Het gaat dus niet alleen om de hoeveelheid toegevoegd pensbestendig vet, maar om de totale vetvoorziening.

Dit is belangrijk omdat verschillende vetbronnen verschillende eigenschappen hebben en verschillende effecten kunnen hebben binnen het rantsoen. Een rantsoen met meerdere vetbronnen vraagt daarom om een andere beoordeling dan een rantsoen waarin nauwelijks extra vet wordt gevoerd.

Het vetzuurprofiel is belangrijk

Naast het totale vetgehalte is ook het vetzuurprofiel van een pensbestendig vet belangrijk.

Veel voorkomende vetzuren zijn:

  • C16:0 – palmitinezuur

  • C18:0 – stearinezuur

  • C18:1 – oliezuur

De verhouding tussen deze vetzuren verschilt per product. Dat betekent dat twee producten met hetzelfde totale vetgehalte toch verschillende eigenschappen kunnen hebben.

Bij de keuze van een pensbestendig vet kijk je daarom niet alleen naar:

Hoeveel vet zit erin?

maar ook naar:

Welke vetzuren worden aangevoerd?

Dit kan helpen om het product beter af te stemmen op het rantsoen en het gewenste doel.

Wanneer kan extra pensbestendig vet interessant zijn?

Pensbestendig vet kan interessant zijn wanneer je de energiedichtheid van het rantsoen wilt verhogen.

Dat kan bijvoorbeeld spelen bij:

  • hoogproductieve melkkoeien;

  • koeien in de vroege lactatie;

  • een hoge energiebehoefte;

  • situaties waarin de voeropname beperkt is;

  • bepaalde rantsoenen waarin extra zetmeel niet gewenst is;

  • warme periodes waarin de voeropname kan dalen.

Bij hittestress kan de drogestofopname bijvoorbeeld onder druk komen te staan. Een energierijke vetbron kan dan onderdeel zijn van de totale rantsoenstrategie. Pensbestendig vet is daarbij geen oplossing voor hittestress op zichzelf. Waterbeschikbaarheid, voeropname, ventilatie en het totale rantsoen blijven belangrijk.

Hoe bepaal je de juiste hoeveelheid?

Een praktische beoordeling begint bij het doel en het bestaande rantsoen.

1. Bepaal het doel

Waarom wil je extra vet toevoegen?

Bijvoorbeeld:

  • extra energie;

  • hogere energiedichtheid;

  • ondersteuning tijdens de vroege lactatie;

  • ondersteuning tijdens warme periodes;

  • een specifieke doelstelling rondom melkproductie of melkgehaltes.

2. Bekijk het huidige rantsoen

Breng de bestaande energie- en vetbronnen in kaart.

3. Kijk naar de koeien

Neem onder andere de melkproductie, het lactatiestadium en de drogestofopname mee.

4. Kies het juiste product

Vergelijk vervolgens de samenstelling en het vetzuurprofiel van de beschikbare pensbestendige vetten.

5. Bepaal de dosering

Gebruik de productspecificatie als uitgangspunt en stem de hoeveelheid af op het totale rantsoen.

6. Evalueer het resultaat

Kijk na het toevoegen van het product naar de ontwikkeling van bijvoorbeeld voeropname, melkproductie, melkgehaltes en conditie.


Dosering geleidelijk opbouwen

Bij sommige pensbestendige vetproducten wordt geadviseerd om de dosering geleidelijk te verhogen. Zo wordt in de productinformatie van Milkprofit C18 bijvoorbeeld aangegeven om de hoeveelheid stapsgewijs op te bouwen. Volg daarom altijd de gebruiksaanwijzing en productspecificaties van het specifieke product dat je gebruikt. Een productdosering moet bovendien worden bekeken in relatie tot het totale rantsoen.


Wat als je te veel pensbestendig vet voert?

Meer vet betekent niet automatisch meer rendement.

Wanneer je meer vet toevoegt dan binnen het rantsoen en de behoefte van de koe past, kan het voordeel verdwijnen. Daarnaast moet de totale vetvoorziening van het rantsoen worden meegenomen.

Daarom is het belangrijk om pensbestendig vet niet als los product te bekijken.

Het gaat om de balans van het volledige rantsoen.


Welk pensbestendig vet past bij mijn bedrijf?

Lenoville levert verschillende pensbestendige vetproducten, waaronder Milkprofit C16m, Milkprofit C18 en Milkprofit Maxplus.


Deze producten verschillen in samenstelling en eigenschappen. Daardoor kan de beste keuze per bedrijf en per rantsoen verschillen.

Wil je weten welk pensbestendig vet bij jouw situatie past? Bekijk dan onze pagina over pensbestendig vet voor melkvee of neem contact op met Lenoville.


Veelgestelde vragen over de dosering van pensbestendig vet

Kan ik voor iedere melkkoe dezelfde dosering gebruiken?

Niet automatisch. De juiste hoeveelheid hangt af van het product, het rantsoen, de melkproductie en de situatie van de koe.


Is 500 gram pensbestendig vet per koe altijd een goede dosering?

Nee. 500 gram kan voor het ene product en rantsoen passend zijn, terwijl voor een ander product of rantsoen een andere hoeveelheid wordt geadviseerd.


Kan ik de dosering tijdens de lactatie aanpassen?

Dat kan afhankelijk zijn van de samenstelling van het rantsoen, de melkproductie en het doel van de vetaanvulling. Veranderingen in het rantsoen moeten altijd als onderdeel van het totale rantsoen worden beoordeeld.


Kan ik verschillende vetproducten combineren?

Dat kan afhankelijk van de producten en het totale rantsoen. Bij het combineren van verschillende vetbronnen moet de totale hoeveelheid en samenstelling van het vet worden meegenomen.


Waar kan ik terecht voor advies over de dosering?

Wil je weten welk product en welke hoeveelheid bij jouw bedrijf passen? Neem dan contact op met Lenoville. We kunnen samen kijken naar de gewenste toepassing en de beschikbare producten.


Conclusie

Er bestaat geen universele dosering pensbestendig vet voor iedere melkkoe.

Bij verschillende commerciële producten worden doseringen van enkele honderden grammen per lacterende koe per dag vermeld. De exacte hoeveelheid verschilt echter per product en moet worden afgestemd op het totale rantsoen.

Kijk daarom altijd naar:

  • het doel van de vetaanvulling;

  • de melkproductie;

  • het lactatiestadium;

  • de drogestofopname;

  • de bestaande vetbronnen;

  • het vetzuurprofiel;

  • de productspecificaties.


Het juiste product én de juiste hoeveelheid beginnen bij een goed beeld van het totale rantsoen. Wil je weten welk pensbestendig vet het beste bij jouw bedrijf past?

Neem contact op met Lenoville voor persoonlijk advies.


Ontdek hier meer over onze pensbestendige vetten!


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page